Amateur-banden en propagatie

Radiocommunicatie vindt plaats met behulp van radiogolven. De manier waarop deze radiogolven zich door de atmosfeer verplaatsen, noemen we propagatie. De omstandigheden kunnen sterk wisselen, waardoor het bereik en de kwaliteit van verbindingen per moment kunnen verschillen. Hieronder staat per amateurband beschreven wat je in het algemeen kunt verwachten.

Banden en Eigenschappen
160 meter Deze band loopt van 1810 tot 1850 kHz. Overdag zijn vooral lokale verbindingen via de grondgolf mogelijk, meestal tot ongeveer 50 km over land. Over zee kunnen grotere afstanden worden bereikt, soms tot ongeveer 400 km. De band is het hele jaar bruikbaar. ’s Nachts neemt het bereik sterk toe en zijn afstanden van ongeveer 800 km tot enkele duizenden kilometers mogelijk. Hiervoor zijn wel grote antennes nodig. Vooral in de zomer kan er veel statische storing aanwezig zijn.

80 meter De 80-meterband loopt van 3,50 tot 3,80 MHz. Op deze band zijn vrijwel altijd Europese stations te horen. In de avond zijn deze signalen meestal het sterkst en ligt het bereik vaak rond 500 km. Hierdoor zijn veel Nederlandse en omliggende Europese amateurs te horen. ’s Nachts kunnen, afhankelijk van de omstandigheden, afstanden van enkele duizenden kilometers worden bereikt, vooral in de winter.

40 meter Deze band loopt van 7,00 tot 7,20 MHz. Er zijn vooral Europese stations te horen, maar het bereik is over het algemeen groter dan op 80 meter. Aan het einde van de middag zijn soms al verbindingen met andere werelddelen mogelijk. Vooral ’s nachts en in de winter is de band geschikt voor DX, oftewel verbindingen over grote afstanden. De 40-meterband is daardoor vrijwel de hele dag en nacht bruikbaar.

30 meter De 30-meterband loopt van 10,10 tot 10,15 MHz en wordt voornamelijk voor morse gebruikt. Overdag is dit een goede band voor langeafstandsverbindingen. Voor korte afstanden is de band minder geschikt. Ook ’s nachts kan DX mogelijk zijn, afhankelijk van het seizoen en de propagatie.

20 meter Deze band loopt van 14,00 tot 14,35 MHz. Spraak is vanaf ongeveer 14,10 MHz mogelijk en rond 14,20 MHz is veel DX-verkeer te vinden. De band is vrijwel de hele dag bruikbaar en is vooral geschikt voor verbindingen met stations over de hele wereld. Alleen tijdens de winter, vooral bij weinig zonneactiviteit, kan de band ’s nachts minder goed of helemaal niet bruikbaar zijn.

17 meter De 17-meterband loopt van 18,068 tot 18,168 MHz. Het is een goede band voor langeafstandsverbindingen. De eigenschappen lijken op die van de hogere HF-banden en zijn sterk afhankelijk van de ionosferische omstandigheden en de zonneactiviteit.

15 meter Deze band loopt van 21,000 tot 21,450 MHz. Spraak is vanaf ongeveer 21,100 MHz mogelijk. Er zijn regelmatig stations uit allerlei delen van de wereld te horen. De band wordt veel gebruikt voor DX. De omstandigheden kunnen echter sterk veranderen en zijn duidelijk afhankelijk van de ionosfeer. ’s Avonds laat is de band vaak minder goed bruikbaar. De 15- en 17-meterband worden sterk beïnvloed door de zonnecyclus. Tijdens een zonne-maximum kunnen ze vrijwel de hele dag en tot laat in de nacht bruikbaar zijn. Bij weinig zonnevlekken zijn vooral verbindingen in noord-zuidrichting mogelijk.

12 meter De 12-meterband loopt van 24,89 tot 24,99 MHz. Overdag kan deze band, wanneer de ionosferische omstandigheden gunstig zijn, uitstekende DX-verbindingen opleveren. ’s Nachts is de band meestal alleen geschikt voor lokale verbindingen via de grondgolf.

10 meter De 10-meterband loopt van 28,000 tot 29,700 MHz. Spraak is vanaf ongeveer 28,200 MHz mogelijk en rond 28,500 MHz is veel DX-verkeer te vinden. Deze band is sterk afhankelijk van de propagatie en is daarom niet altijd bruikbaar. Vooral overdag kunnen tijdens goede omstandigheden zeer verre verbindingen worden gemaakt. Soms presteert de band zelfs beter dan 20 meter. ’s Nachts zijn meestal alleen lokale grondgolfverbindingen mogelijk. De 10- en 12-meterband zijn sterk afhankelijk van de zonnecyclus. Tijdens een zonne-maximum kunnen ze bijna de hele dag open zijn en zijn met relatief weinig vermogen mooie DX-verbindingen mogelijk. Tijdens een zonne-minimum zijn ze meestal veel minder bruikbaar.

6 meter De 6-meterband loopt van 50,00 tot 52,00 MHz. In Nederland is deze band sinds 1988 aan radiozendamateurs toegewezen. De band staat bekend als de ‘Magic Band’, omdat de propagatie soms onverwacht verandert. Onder normale omstandigheden lijkt het gedrag op dat van de 10-meterband en zijn vooral lokale verbindingen mogelijk. Bij bijvoorbeeld sporadische-E-propagatie en hoge zonneactiviteit kunnen echter verbindingen over zeer grote afstanden ontstaan, soms zelfs wereldwijd. Ook via TEP (Trans-Equatorial Propagation) zijn verbindingen tot bijvoorbeeld Zuid-Afrika mogelijk. Het maximale toegestane uitgangsvermogen is lager dan op de HF-banden.

4 meter De 4-meterband loopt van 70 tot 70,5 MHz. Deze band is sinds januari 2012 beschikbaar voor radiozendamateurs.

2 meter De 2-meterband loopt van 144 tot 146 MHz en is een van de meest gebruikte amateur banden. Veel zendamateurs beschikken over apparatuur voor deze frequenties. De populariteit komt mede door het grote aantal repeaters met een goede landelijke dekking. Met een eenvoudige portofoon kan daardoor vanuit huis een groot gebied worden bereikt. Normaal is het bereik ongeveer 100 km, maar bij bijzondere atmosferische omstandigheden kan dit oplopen tot ongeveer 1500 km. Door verschijnselen zoals aurora, sporadische-E-propagatie, troposferische propagatie en reflectie via meteorensporen kunnen soms afstanden tot ongeveer 1800 km worden overbrugd.

70 centimeter De 70-centimeterband loopt van 430 tot 440 MHz. Deze band is zeer geschikt voor experimenten en wordt onder andere veel gebruikt voor packetradio. De algemene eigenschappen lijken op die van de 2-meterband, maar het terrein en obstakels hebben op deze hogere frequentie een grotere invloed. Ook worden er hogere eisen gesteld aan de antenne en de coaxkabel.

23 centimeter Deze band loopt van 1240 tot 1300 MHz. De verbindingen zijn meestal over relatief korte afstanden. De band wordt veel gebruikt voor experimenten met onder andere amateur tv en packetradio.
Hogere frequentiebanden Boven de 23-centimeterband zijn nog verschillende andere frequentiegebieden beschikbaar voor radiozendamateurs.
13 centimeter 2320 tot 2450 MHz
9 centimeter 3400 tot 3475 MHz
6 centimeter 5650 tot 5850MHz
3 centimeter 10000 tot 10500 MHz
1,2 centimeter 24000 tot 24250MHz.
 
Voor deze hoge frequenties is vaak gespecialiseerde apparatuur nodig. Veel amateurs bouwen hiervoor zelf onderdelen en apparatuur, waarbij nauwkeurig mechanisch werk belangrijk kan zijn.

Invloed van de D-laag en de zonneactiviteit

Een belangrijke rol bij de propagatie op de lagere frequentiebanden speelt de D-laag van de ionosfeer. Overdag kan deze laag radiogolven op lage frequenties sterk absorberen. De absorptie is meestal het sterkst rond het middaguur. Zodra het donker wordt, verdwijnt de D-laag grotendeels en neemt ook de absorptie af. Hierdoor kunnen vooral op de 80- en 40-meterband veel grotere afstanden worden bereikt.

Ook de zonnecyclus heeft grote invloed op de radiopropagatie. Deze cyclus duurt ongeveer 11 jaar en zorgt voor perioden met veel en weinig zonnevlekken. Bij een hoge zonneactiviteit zijn vooral de hogere HF-banden, zoals 15, 12 en 10 meter, vaak beter bruikbaar. Tijdens een periode met weinig zonneactiviteit kunnen deze banden juist grotendeels gesloten zijn.

Propagatie is daardoor nooit volledig voorspelbaar. Het weer in de ionosfeer, het tijdstip van de dag, het seizoen en de zonneactiviteit bepalen samen welke afstanden op een bepaalde band mogelijk zijn.

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb